tijden 3

Zet de werkwoorden tussen haakjes in de goede tijd.

Je kunt kiezen uit:

-ing vorm (am,is,are + ww + ing
de tegenwoordige tijd (ww of ww + s/es/ies)
de ing-vorm (am,are,is + ww + ing)
de verleden tijd (2e rijtje of ww + d/ed/ied)
de toekomende tijd (will + ww)

Vul ALLE gaten in, klik dan "Check" om je antwoorden te controleren.
Klik de "Hint" knop om je een letter te geven als je problemen hebt met een antwoord.
Let wel !! Je percentage zal wel naar beneden gaan als je de "Hint" knop gebruikt !!

Gebruik GEEN afkortingen !!!

1. He (throw) one shoe at Henry, who quickly jumped aside.
2. I (catch) the ball with my left hand in the last match.
3. The children always (fly) their kites on the beach.
4. I hope I (meet) him soon.
5. Please be quiet! I (try) to listen to the news!
6. He (dance) with her all evening at John’s party last week.
7. Jack (give) me €500 for my mother’s old clock, which she (leave) to me when she died.
8. She (wear) sunglasses to protect her eyes now.
9. They (know) each other when they were young; they (grow) up together.
10. Listen! The baby (cry), poor thing!
11. During the war, the soldiers (wear) woollen uniforms.
12. I (wait) for you outside until you come out.
13. I desperately (need) a holiday!!
14. When I (be) a boy, our town only (have) one cinema.
Let's go digital !